R.J. Spriensma - De beste vervanger van de huidige box 3 – regeling - Circulaire

De beste vervanger van de huidige box 3 – regeling

De afgelopen jaren is er veel kritiek op de vermogensrendementsheffing in de Wet IB 2001, omdat veel belastingplichtigen het gevoel hebben belasting te betalen over een opbrengst die nooit heeft bestaan. Op 9 juni 2017 is het keuzedocument box 3 door de staatssecretaris naar de tweede kamer gestuurd, dit document bevat vier varianten waarbij, volgens de vaste commissie van het ministerie van Financiën, beter wordt aangesloten bij het werkelijke rendement van belastingplichtigen. In deze scriptie zijn drie van de vier varianten behandeld. In dit onderzoek is gekeken naar de voor- en nadelen van de varianten ten opzichte van de huidige box 3-regeling, en is onderzocht welke variant – op basis van rechtszekerheid, rechtsgelijkheid, doelgerichtheid en uitvoerbaarheid – de meest geschikte variant is om de huidige box 3-regeling te vervangen.

Uit de analyse van drie varianten blijkt dat onderzochte varianten beter aansluiten bij het werkelijk behaalde rendement van belastingplichtigen dan de huidige box 3-regeling. Echter, is ook gebleken dat de drie varianten leiden tot complexere wetgeving en de varianten minder goed uitvoerbaar zijn dan de huidige box 3-regeling.

Elke variant is getoetst aan rechtszekerheid, rechtsgelijkheid, doelgerichtheid en uitvoerbaarheid. De uitkomsten van deze toetsingen zijn in deze scriptie met vergeleken. Uit deze vergelijking is gebleken dat variant B (een gedeeltelijke vermogenswinstbelasting) de meest geschikte variant is om de huidige box 3-regeling te vervangen. In deze scriptie zijn twee aanbevelingen gedaan om (nog) beter aan te sluiten bij het werkelijke rendement en de uitvoerbaarheid van variant B te verbeteren. De aanbevelingen zien op een kostenaftrek op basis van werkelijke kosten en op het belasten van het werkelijke rendement uit onroerend goed en overige vermogensbestanddelen.

Een mogelijke kanttekening aan het onderzoek is dat de economische gevolgen van een vermogenswinstbelasting niet zijn meegenomen in het toetsingskader. Een onderzoek naar de economische en budgettaire gevolgen van een vermogenswinstbelasting zou daarom een nuttige aanvulling zijn op dit onderzoek.