O. Hamraz - Renteaftrek in de Vennootschapsbelasting: voorkomen beter dan genezen? - Circulaire

Renteaftrek in de Vennootschapsbelasting: voorkomen beter dan genezen?

Dit onderzoek gaat over een van de kernproblemen in de vennootschapsbelasting; de ongelijke behandeling tussen vergoedingen op eigen en vreemd vermogen. Rente wordt fiscaal als een kostenpost aangemerkt, dividend niet. Om die reden bestaat er een sterke voorkeur voor het aantrekken van vreemd vermogen boven eigen vermogen; er hoeft namelijk minder belasting afgedragen te worden met een lagere winst. Tegen dit probleem zijn er gedurende de jaren vele renteaftrekbeperkingen ingezet en per 1 januari 2019 moeten deze renteaftrekbeperkingen plaats maken voor een generieke renteaftrekbeperking in de vorm van een earningsstripping-regeling. Deze generieke renteaftrekbeperking stelt de renteaftrek op 30% van de fiscale EBITDA. Dit kan voor overkill zorgen bij kapitaalintensieve ondernemingen. Er is echter nog een andere visie om het probleem op te lossen; belastingheffing op basis van het oorsprongsbeginsel. Door het invoeren van het oorsprongsbeginsel in de belastingverdragen, zal rente belast worden, daar waar de waarde gecreëerd wordt. Hierdoor zullen rentebaten en –lasten in één en dezelfde staat belastbaar zijn, per saldo betekent dat dus géén grondslaguitholling. Het grootste struikelblok voor het oorsprongsbeginsel is de invoering, het lijkt nog een lange weg om politieke overeenstemming te vinden. Maar de eerste stappen richting gecoördineerde aanpak van het probleem zijn gezet.