L.C.M. Heezius - Dwaling in het fiscale recht Een interne rechtsvergelijking tussen het civielrechtelijke leerstuk van de dwaling en de rechtsgevolgen daarvan voor het belastingrecht - Circulaire

Dwaling in het fiscale recht Een interne rechtsvergelijking tussen het civielrechtelijke leerstuk van de dwaling en de rechtsgevolgen daarvan voor het belastingrecht

De Nederlandse rechtsorde kent diverse rechtsgebieden, waaronder het civiele- en het fiscale recht, met ieder zijn eigen wet- en regelgeving. Ondanks dit onderscheid, kunnen leerstukken eveneens van betekenis zijn buiten hun eigen rechtsgebied. Zo ook het civielrechtelijke leerstuk van de dwaling inzake art. 6:228 BW. De dwalingsregeling heef civielrechtelijk tot gevolg dat een overeenkomst welke onder een onjuiste voorstelling van zaken is gesloten, onder voorwaarden kan worden vernietigd met terugwerkende kracht. De vraag is echter hoe dit uitwerkt in het fiscale recht, op basis van de expliciete wetsbepalingen. Wegens de verscheidene inkomenscategorieën met ieder zijn eigen heffingssystematiek, wordt in deze thesis derhalve de nadruk gelegd op de uiteenlopende gevolgen voor de Wet op de Inkomstenbelasting 2001. Daarnaast heeft de toenemende complexiteit van de fiscale wetgeving, en dientengevolge het raadplegen van de belastingadviseur, tot gevolg dat de dwaling eveneens kan ontstaan door een foutief gegeven advies. Hierbij rijst de vraag hoe dit zich verhoudt tot een beroep op dwaling in het fiscale recht. Aan de hand van de theoretische uitwerking van het civielrechtelijke leerstuk, de overschakeling naar het fiscale recht en tot slot de analyse aan de hand van de beperkte jurisprudentie, is in deze scriptie getracht een antwoord te geven op de voorgaande vragen.