M.W. Kregting - De bezitseis ten aanzien van uitbreidingen van het ondernemingsvermogen in de Successiewet. - Circulaire

De bezitseis ten aanzien van uitbreidingen van het ondernemingsvermogen in de Successiewet.

Op 29 mei 2020 heeft de Hoge Raad in meerdere zaken uitsluitsel gegeven omtrent de uitleg van de bezitseis bij bepaalde uitbreidingen van het ondernemingsvermogen die plaatsvinden gedurende de bezitstermijn. Vóór publicatie van deze arresten, waren er reeds verschillende rechtsopvattingen gezien de uitspraken van de rechtbank, conclusie van de Advocaat-Generaal en diverse literatuur. In deze scriptie wordt onderzocht welke uitleg mijns inziens rechtens juist is en wat er de wetgever nog staat te gebeuren zodat de bezitseis de doelen van de faciliteit kan realiseren. In lijn met de Hoge Raad concludeer ik dat de bezitstermijn per afzonderlijke objectieve onderneming dient te gelden. Dat geldt voor zowel de IB-onderneming als voor de onderneming die (na toerekening) wordt gedreven door het lichaam waarop het aanmerkelijk belang van erflater dan wel schenker betrekking heeft. In tegenstelling tot het oordeel van de Hoge Raad dient mijns inziens de materiële uitleg van bezitseis te worden verruimd, zodat minder inbreuk wordt gemaakt op het doel om uitsluitend reële bedrijfsopvolgingen te doen realiseren. In kader van dat gestelde doel dient tevens de bezitseis (en in verband daarmee ook de voortzettingseis) te worden vervangen door een nieuwe regeling, waarbij ook oneigenlijk gebruik van de faciliteit kan worden voorkomen.